VACCINATIES

 

Er zijn verschillende vaccinaties beschikbaar die paarden moeten beschermen tegen erge ziekteverschijnselen. Geen enkel vaccin werkt 100% tegen de ziekte maar de symptomen zullen bij een besmetting veelal milder zijn en het paard zal ook een minder grote besmettingsbron zijn voor andere paarden. Ziekten waartegen gevaccineerd kan worden zijn onder andere: influenza, tetanus, West Nile virus, rhinopneumonie en droes.

 

Raadzaam is om uw paard in ieder geval goed tegen influenza en tetanus te beschermen door middel van vaccinatie. Er zijn cocktails beschikbaar die tegen beide bescherming bieden maar ze kunnen ook apart toegediend worden. Een tetanus vaccinatie hoeft namelijk slechts om het jaar gegeven te worden terwijl een influenza vaccinatie 1 x per jaar (binnen 12 maanden) toegediend dient te worden. Het aanbevolen vaccinatieschema wordt in de onderstaande tabel weergegeven.

 

Aanbevolen vaccinatieschema paard voor influenza en tetanus:

*type: infl= influenza, te= tetanus
**evt. ook al 1x op 4 maanden leeftijd als verhoogd infectie-risico of bij onvoldoende colostrum inname

Als u van plan bent wedstrijden te gaan rijden met uw paard, dan moet u goed opletten dat zijn vaccinatie status in orde is (en dat dit steeds juist genoteerd is in het paspoort van het paard). Verdere aandachtspunten in verband met vaccinaties en wedstrijden:

·         Het paard mag gedurende een week (of eigenlijk 6 dagen) na een vaccinatie niet aan een wedstrijd deelnemen.

·         Het paard mag niet deelnemen aan een wedstrijd als de termijn waarbinnen hij opnieuw gevaccineerd moet worden overschreden wordt! Bent u een keer te laat met de influenza enting voor uw paard, dan moet hij 2x gevaccineerd worden met 3 weken tot 3 maanden tussentijd om zijn vaccinatiestatus weer kloppend te maken. Binnen deze periode mag het paard niet uitgebracht worden op wedstrijden. Zelfs als het al een aantal jaar geleden is dat een influenza enting niet op tijd gegeven is, dient het paard deze extra booster (=herhalings-) vaccinatie te krijgen!

·         Bij paarden die meedoen aan FEI-wedstrijden dient de influenza vaccinatie ieder half jaar te gebeuren (binnen 6 maanden).

 

MESTONDERZOEK EN ONTWORMING

Paarden ontwormen…

 

Het is een hele wetenschap waar nog steeds veel onderzoek naar gedaan wordt en waarover iedereen wel een (verschillende) mening heeft. Heel verwarrend dus maar waar het op neer komt is dat er genoeg ontwormd moet worden om (onder andere) koliek ten gevolge van wormen zoveel mogelijk te voorkomen maar er mag niet te vaak worden ontwormd en dit om resistentie van de wormen tegen te gaan.

 

Hoe worden wormen resistent?

 

Ontwormingsmiddelen werken via verschillende mechanismen in op de parasieten waardoor deze uiteindelijk zullen sterven. Door genetische mutaties (veranderingen in de genen) van de wormen kunnen een paar wormen toch overleven. Het vervelende hiervan is niet alleen dat deze ‘sterkere’ wormen overleven maar vooral dat ze zich ook nog kunnen voortplanten. Ze hebben bovendien meer ruimte om zich voort te planten omdat de gevoelige wormen wel zijn afgestorven (er is minder ‘competitie’). Vervolgens komen de eitjes van deze ongevoelige wormen met de mest op de wei terecht. Een deel van de larven die uit deze eitjes komen kunnen door een paard kunnen worden opgenomen. De wormen die nu in dit paard terecht zijn gekomen zullen (deels) ook niet meer gevoelig zijn voor het ontwormingsmiddel. Het liefst willen we helemaal geen wormen in onze paarden maar als ze dan toch wormen hebben, liever de gevoelige en dus behandelbare wormen dan de resistente wormen!

 

Hoe resistentie voorkomen?

 

·         Minder vaak ontwormen zal leiden tot een minder sterke selectiedruk (het uitselecteren van de ‘sterke’ resistente wormen) waardoor de kans afneemt dat je paard in de toekomst een onbehandelbare worminfectie zal kunnen krijgen. Mestonderzoek is hierbij een goed hulpmiddel om te kijken hoe sterk je paard geïnfecteerd is met bepaalde wormen. Bij een mestonderzoek wordt gezocht naar eitjes die door volwassen vrouwtjeswormen in het darmkanaal worden geproduceerd. Als een mestonderzoek negatief is wil dit echter niet zeggen dat je paard helemaal geen wormen heeft.

o    Enerzijds heeft ieder paard wormen. Een paard zonder wormen is geen paard. Wat met mestonderzoek gecontroleerd wordt is de omvang van de worminfectie. De larvale stadia (en de mannetjeswormen) kunnen met mestonderzoek niet aangetoond worden. Daarom is het belangrijk om op de juiste tijdstippen mestonderzoek te doen.

o    Niet alle wormsoorten zijn aan te tonen met mestonderzoek. De aanwezigheid van lintwormen in het darmstelsel van je paard is bijvoorbeeld slecht aan te tonen door middel van mestonderzoek. Aangezien lintwormen een belangrijke potentiële oorzaak zijn voor verschillende vormen van koliek, dienen paarden minstens 1 keer per jaar tegen lintwormen behandeld te worden. Er bestaan ook combinatiepreparaten die zowel tegen lintwormen als tegen de meeste andere wormen werken.

 

·         Doseer volgens het gewicht van je paard! Resistentie van de wormen voorkom je NIET door een lagere dosering van het ontwormingsmiddel te geven aan je paard, integendeel zelfs want dit werkt resistentie juist in de hand. Als je paard bijvoorbeeld 500 kg weegt en je geeft hem maar voor 100 kg dan zullen waarschijnlijk niet alle wormen afsterven waardoor de ‘sterke’ wormen zich kunnen voortplanten en de ‘zwakkere’ wormen wel doodgaan. Survival of the fittest… Vanuit het oogpunt van de wormen gezien dan want voor het paard is dit uiteraard niet zo gunstig. Als hij 560 kg weegt, rond je dit naar boven af en geef je beter voor 600 kg dan voor 500 kg. Dit betekent niet dat een pony van 200 kg voor 600 kg moet krijgen want dat zou gelijk een driedubbele dosering zijn (een paard van 600 kg geef je ook niet 3 wormenspuiten in één keer).

 

Wanneer mestonderzoek?

 

In het voorjaar en tijdens de zomer (maart t/m juni) is mestonderzoek betrouwbaarder dan in de winter (in verband met de ingekapselde larven). Het is dan een handig hulpmiddel om een indruk te krijgen van de omvang van de wormbesmetting en van de effectiviteit van het toegepaste ontwormingsschema. Hoe vaak dit mestonderzoek nodig is hangt af van verschillende factoren en kan variëren van 1x tot maandelijks gedurende het weideseizoen. Ontwormen volgens de uitslag van een mestonderzoek wordt alleen bij paarden vanaf 5 jaar èn alleen bij paarden die in vaste groepen leven aangeraden. Jonge paarden zijn namelijk vaak veel sterker besmet met wormen en kunnen niet alleen zelf daardoor in de problemen komen maar ze zijn daardoor ook verantwoordelijk voor een groot deel van de weidebesmetting. Bij paarden die in wisselende groepen leven (waar steeds nieuwe paarden geïntroduceerd worden) blijft de uitslag van een mestonderzoek uiteraard niet lang geldig omdat er met de nieuwe paarden ook nieuwe wormpopulaties op de wei komen. Daarom kunnen jonge paarden (<5 jaar) en paarden die niet in vaste groepen leven beter volgens een strak schema ontwormd worden. Oude paarden hebben ook een hogere kans om problemen te krijgen als gevolg van maagdarmwormen. Hier dient in het opstellen van het ontwormingsplan rekening mee gehouden te worden.

 

Weidemanagement

 

·         Verwijder de mest minimaal 2x per week uit de weide tijdens het weideseizoen en minimaal 1x per week in de periode van november tot maart (als de paarden dan nog weidegang hebben).

·         Beperk het aantal paarden op de wei. Bij een te groot aantal paarden op een te kleine wei komen niet alleen meer eitjes op de wei terecht maar de paarden worden ook eerder gedwongen om dichterbij de mesthopen (met eitjes en larven) te gaan grazen doordat ze relatief minder gras tot hun beschikking hebben. De paarden die lager in de rang staan worden ook eerder naar deze minder kwaliteitsvolle stukjes grasland gejaagd.

·         Leegstand van de wei gedurende minimaal 3 maanden in combinatie met het omweiden van de paarden naar een ander stuk land zorgt voor een lagere infectiedruk. De paarden komen deze uitgescheiden eitjes en ook de larven dan voorlopig niet tegen. Door droogte of vrieskou kan een deel van deze eitjes of larven alweer afgestorven zijn tegen de tijd dat de paarden weer op dit weiland terecht komen. In het ‘nieuwe’ stukje land staat meer gras dan in het ‘oude’ afgegraasde weiland waardoor de paarden verder uit de buurt blijven van de mesthopen bij het grazen. Het slepen van de wei is alleen een goed idee als het gecombineerd wordt met leegstand van de wei. De eieren en de larven worden hierbij namelijk wel verspreid over het hele weiland maar ze zijn ook kwetsbaarder omdat ze meer worden blootgesteld aan hitte of vorst dan wanneer ze beschermd worden door een intacte mesthoop.

·         Zet paarden liever NIET samen op de wei met ezels! Ezels zijn vaak geïnfecteerd met longwormen. Deze wormen worden door de ezels meestal relatief goed getolereerd. Dat wil zeggen dat ze er meestal niet ziek van worden. Paarden kunnen echter een hevige droge hoest ontwikkelen als ze longwormen hebben. Andere mogelijke symptomen zijn verminderde eetlust en vermagering. Een paard kan er zelfs een chronische bronchitis aan overhouden. Bij een ezel zullen de larven op een gegeven moment in de darm volwassen worden en eitjes uitscheiden. Bij het paard is een longworminfectie moeilijk aan te tonen door middel van mestonderzoek omdat de wormen meestal niet volwassen worden en dus geen eitjes leggen. Ook zijn er meestal geen larven in de mest terug te vinden. Dus een negatief mestonderzoek bij een paard wil niet zeggen dat het paard geen longwormen heeft als het samen op een wei staat met ezels. Als paarden en ezels toch samen op een wei staan dan is het zaak om een goed ontwormingsschema aan te houden.

·         Zet niet zomaar een nieuw paard op de wei bij je andere paarden. Houd dit nieuwe paard eerst apart en ontworm hem met een ontwormingsmiddel dat effectief is tegen alle soorten wormen. Pas 48 uur na het geven van het ontwormingsmiddel zou hij samen op de wei kunnen met de andere paarden. In verband met de preventie van virale/bacteriële ziekten is het echter beter om een nieuw paard enkele weken in quarantaine te houden (dus gescheiden van de rest).

 

Ontwormingsplan

 

Een goed ontwormingsplan bestaat uit een combinatie van weidemanagement, mestonderzoek en ontworming waarbij rekening gehouden wordt met het voorkomen van de verschillende (stadia van de) parasieten in verschillende seizoenen en uiteraard ook met het individuele paard en de omstandigheden waarin hij zich bevindt Strategisch ontwormen zal de komende tijd extra belangrijk worden om zo min mogelijk resistente wormpopulaties te krijgen.